print

archief

Hendrik de Vries stipendium 2010

 Juryrapport
Dit jaar werd de jury van het Hendrik de Vries stipendium aangenaam overrompeld met het nieuwe record van maar liefst veertig inzendingen. Het maakte de keus niet eenvoudig aangezien de kwaliteit naar verwachting was. De jury complimenteert daarmee alle in-zenders. Het veertigtal contrasteerde met het magere aantal literaire inzendingen van 2009, maar bevestigt het belang van dit stipendium: waar de beeldend kunstenaars de weg hier naartoe weten te vinden, vraagt de zoektocht naar literair talent meer aandacht.

De aard van het stipendium is om kunstenaars in staat te stellen nieuw werk te maken. De jury formuleerde dat het aanstormende talent bij voorkeur een kans moet grijpen om nieuwe wegen te ontdekken. Het sterkst pakt dat uit als vanuit de eigenheid van het oeuvre, waaruit het talent spreekt, een logische stap voorwaarts wordt gezet, waarmee het de vaart van het aanstormen waarborgt. Het stipendium wordt idealiter gebruikt om nieuwe wegen te onderzoeken waarmee de kunstenaar zichzelf verder ontplooit.
Dat resulteerde in een aantal afvallers. Ten eerste zaten onder de inzendingen wel degelijk mooie projecten, al dan niet origineel, waarbij het werk echter al grotendeels was ge-realiseerd. Daarmee hadden deze aanvragen beter op specifieke sponsors gericht kunnen worden. Als tweede groep waren er aanvragen waarvan het oeuvre veelbelovend werd bevonden, maar waartoe de kwaliteit van het voorstel zich te zwak verhield of het een
reguliere voortzetting van het werk betrof. Ten slotte beoordeelde de jury de motivatie van de niet-genomineerde projecten in vrijwel alle gevallen als beneden de maat. Was de be­schrijving te mager, een onduidelijke brij of ondermijnden kunstenaars zichzelf of collega’s, dan kwamen ook deze als te onuitgekristalliseerde plannen niet door de selectie.

De jury selecteerde uiteindelijk zestien genomineerden, te veel om hier individueel toe te lichten. Noodzakelijk is dat evenmin, aangezien het werk in de expositie bij het CBK hangt, ook al een mijlpaal. Al heeft deze presentatie een tikkeltje vreemd karakter omdat het werk betreft dat niet het resultaat is van het stipendium. Wel kwam op basis hiervan de jury tot haar oordeel. Dat was niet unaniem. Sterker, het eindoordeel werd voorafgegaan door dis­cussies en stemmingen, hetgeen alle genomineerden als een compliment mogen opvatten.

De twee winnaars van het Hendrik de Vries Stipendium 2010 zijn Tobias Crone en Esther de Graaf.

Een ander universum. Dat is de habitat van Tobias Crone. ‘De schaduw-Anton-Pieck’, her­kende een der juryleden in hem, waarbij zijn wereld als een kerkervariant onder de Efteling te plaatsen is. Zijn absurde maar coherente verhaal, gevangen in prachtig uitgevoerde, intrigerende etsen, overtuigt. Ook hier gaan overigens tekst en beeld hand in hand samen,
herinnerend aan de interdisciplinaire werkwijze van Hendrik de Vries. Dat Crone kiest om het in de bijzondere techniek van etsen uit te voeren, biedt hem de kans een heel eigen beeldtaal te ontwikkelen. En dat oogst bewondering.
Daar blijft het echter niet bij: Crone breidde zijn wereld al voorzichtig naar installaties uit, in dit uitvoerige en gedetailleerde plan nodigt Crone de bezoeker uit om daadwerkelijk zijn diabolische wereld te betreden. In een ruimte worden zijn kenmerkende elementen, slijm spugende grammofoons, vallende bollen van het plafond, wetenschappers in witte jassen in een theatrale setting gepresenteerd.
Bij een aantal juryleden rees de vraag of het niet eerst bij de etsen moet blijven? In deze techniek ligt nog zoveel potentie voor verdieping. Ook rezen er vragen over het opzoeken van de theatergrenzen zoals beschreven in het plan, dat hoeft immers niet perse ver­nieuwend te zijn. Eveneens werd de haalbaarheid van het project ter discussie gesteld. Crone zet echter bewezen vakmanschap in voor zijn tegendraadse kunst; zijn doorzettings­vermogen en precisie gaf vertrouwen. En juist de mogelijkheden om het stipendium voor vernieuwing en experiment aan te wenden, deed de jury stellig beslissen het toe te kennen.

Esther de Graaf verraste de jury met werk dat op het eerste gezicht iets willekeurigs en onafs lijkt te hebben, alsof het om een toevallige combinatie van ongepolijste materialen gaat. Deze aanpak sprak ook uit het omschreven plan, dat in eerste instantie dan ook als onduidelijk omschreven werd ontvangen. In dit geval volgt echter het werk. En de objecten, vooral de meer monumentale, houden de aandacht vast, omdat ze bij aandachtig kijken een subtiele spanning weten op te roepen. Het zijn lichte (zelf spreekt ze van ‘kwetsbare’ of ‘fragiele’) constructies, en Esther de Graaf maakt dankbaar gebruik van de eigenschappen van het ruwe materiaal: hout, plastic, piepschuim, ijzerdraad. Als toeschouwer kun je niet anders dan je af gaan vragen wat nu precies het verschil bepaalt tussen een toevalstreffer en een (kunst)werk. Wat maakt dit (kunst)werk anders dan een onaf industrieel ontwerp? De jury ziet in haar plan om haar constructies ‘en masse’ te gaan maken een gewaagde, maar interessante poging om een nieuwe ontwikkeling te realiseren, waarbij de grenzen tussen proces en product, tussen werk en beschrijving en tussen stapeling en tentoon-stelling opnieuw bewust vaag zullen blijven.

Jury
De jury van het Hendrik de Vriesstipendium bestond dit jaar uit de volgende personen:
Liesbeth Grotenhuis (curator Gasunie collectie), Ronald Ohlsen (schrijver, dichter en voormalig stadsdichter gemeente Groningen), Leo Delfgaauw (teamleider FMI Masters Academie Minerva), Barend van Heusden (hoofd faculteit Kunst, Cultuur en Media van de Rijksuniversiteit Groningen en vertegenwoordiger van de Hendrik de Vriesstichting),
Marrigje de Maar, beeldend kunstenaar en Freija Eshuis, beeldend kunstenaar en winnaar van het Hendrik de Vriesstipendium in 2008.